Greens beste roman tot nu toe

Zes jaar lang hebben de trouwe John Green-lezers moeten wachten op zijn nieuwste boek, Turtles All the Way Down. De verwachtingen liggen dan ook hoog. Gelukkig maakt hij deze verwachtingen helemaal waar, door misschien wel zijn beste roman tot nu toe te schrijven.

Hoofdpersoon in Turtles is Aza, een 16-jarig meisje met OCD. Samen met haar beste vriendin Daisy gaat ze op zoek naar de vermiste Russell Pickett, die gevlucht is vlak voordat hij gearresteerd zou worden. Informatie over zijn verblijfplaats kan een beloning van 100.000 dollar opleveren. Maar al snel raakt de zoektocht op de achtergrond, wanneer Aza een band opbouwt met Russell’s zoon Davis.  

Aza, Daisy en Davis dus, de hoofdpersonages van dit boek, zijn weer typische John Green personages. Intelligent, misschien een tikkeltje nerdy en verder gewoon ‘normaal’ – of in ieder geval verre van perfect. De manier waarop Green zijn personages karakteriseert maakt duidelijk dat hij tieners serieus neemt. Lang niet iedereen zal zichzelf hierin herkennen, maar zijn personages zijn zeker geloofwaardig.

Hoewel dit duidelijk een John Green-roman is, is hij in dit boek wat ingetogener dan in zijn eerdere werk. Er zit veel minder actie in (al was dat bij The Fault in Our Stars natuurlijk ook al een beetje het geval) en daardoor ligt de focus op datgene wat van belang is: Aza’s OCD.

En daarmee stipt de schrijver een actueel en zeer belangrijk thema aan, namelijk mental health. Hij schrijft vanuit zijn eigen ervaring met OCD en weet daarmee de lezer volledig te overtuigen. Door het gebruik van verschillende stijlelementen brengt John Green goed op de lezer over hoe Aza denkt en handelt.

Zo wordt de lezer regelmatig geconfronteerd met Aza’s innerlijke dialoog, oftewel: haar dwanggedachten: “There was blood. Not a lot, but blood. Faintly pink. It isn’t infected. It bleeds because it hasn’t scabbed over. But it could be. It isn’t. Are you sure? Did you even clean it this morning? Probably. I always clean it. Are you sure? Oh, for fuck’s sake.” Deze gedachten zijn repetitief en vermoeiend, maar Green laat de lezer hierdoor meevoelen met de intensiteit van dergelijke obsessieve gedachten.

Ook de metaforen die hij gebruikt om (Aza’s) OCD te omschrijven zijn fantastisch, misschien wel het mooiste aan deze roman. Zo vergelijkt Aza haar gedachten met een tightening spiral. Het één leidt tot het ander, maar haar gedachten zullen altijd oneindig zijn. De titel van het boek ligt in het verlengde van deze metafoor, maar om dat te kunnen begrijpen zul je het toch echt zelf moeten lezen.

Het verhaal laat zien hoe het enerzijds moeilijk is om met een mental illness te leven, maar hoe het anderzijds ook maar gewoon om mensen gaat: “But I also had a life, a normal-ish life, which continued. […] I was not always stuck inside myself, or inside my selves. I wasn’t only crazy.” Dit verhaal kan mensen op twee manieren bereiken: óf het zorgt voor herkenning, óf het creëert begrip.

Met Turtles All the Way Down heeft John Green een prachtig verhaal geschreven over mental illness, dat voor de ene lezer wellicht herkenbaar zal zijn en bij de ander begrip oproept. Met rake zinnen weet hij op je emotie in te spelen en je volledig te overtuigen. Ondanks het moeilijke onderwerp, is het absoluut geen zware roman: de gebruikelijke dosis humor hier en daar houdt het relatief luchtig. Weer een ontzettend mooi pareltje om aan Greens succeslijst toe te voegen. Hopelijk schrijft hij zijn volgende roman in minder dan zes jaar.

Belangrijk: Deze recensie is geschreven in opdracht van Hebban. Zij hebben ervoor gezorgd dat ik dit boek heb kunnen lezen. Een overzicht van de recensies die ik eerder voor Hebban schreef is hier te vinden.